· 

Voor jou: lees het 1e hoofdstuk van mijn boek!

Lens broer Steef heeft een verstandelijke beperking. Dit boek geeft een kijkje in een gezin waarin opgroeien net even anders gaat dan anders.

'We lezen het voor aan mijn dochter. Haar broer heeft het syndroom van Xia-Gibbs. Ze herkent veel van haar eigen broer in het boek. Prachtig...' - Illepille

 

'Petje af en een diepe buiging voor dit heerlijke boek dat voor meer begrip in onze samenleving zorgt!' - Tajine

 

'Ik mocht van Daan niet stoppen met lezen!' - Inge

 

Lees hieronder het eerste hoofdstuk.
Of bestel direct hier jouw exemplaar.

 


1. Hond

Len doet zijn jas aan, pakt zijn tas en loopt de school uit.
'Ha Len, fijne dag gehad?' vraagt mama, die buiten op hem staat te wachten.
'Ja hoor', zegt hij wat afwezig.
Mama geeft hem een kus. 'We wachten heel even op Steef. Hij zal er zo wel aankomen.'

 

Len ziet de kinderen van groep 5 naar buiten komen. Dat is de klas van zijn broer Steef. Even later komt Steef zelf ook naar buiten. Len ziet dat hij vergeten is zijn jas dicht te ritsen.
Steef lacht en roept: 'Hoi-mam-mag-'k-spele?'
'Hoi Steef, kom gauw hier met je jas. Het is veel te koud zo.' Mama ritst de jas dicht. 
'Mam, 'k-wil-spele', zegt hij. 
'Lieverd dat kan toch helemaal niet. Je hebt zwemles.'
Verbaasd kijkt Steef mama aan.
'Zwemles?' Steefs gezicht betrekt. 'Maar-'k-wil-spele!'
Tranen springen in zijn ogen. 
'We gaan nu naar huis, Steef. Kom maar.' Mama pakt zijn hand en begint te lopen.

'Spelen doen we op vrijdag, weet je nog?'

Steef is het vergeten. Maar Len niet. Op dinsdag gaan ze namelijk altijd naar zwemles. Al twee jaar lang! Steef is al negen, maar vergeet wel vaker welke dag het is. Len is zeven, maar vergeet het nooit. Hij weet het altijd precies.

'Thuis eten we even een koekje en je krijgt een glaasje ranja', gaat mama door. 'Heb je daar zin in?'
'Nou...' Steef is het er nog niet mee eens. 'Ik-wil-spele'.
Mokkend loopt hij met mama mee.

'Hé, kijk daar eens'. Mama wijst naar de overkant van de straat. Daar loopt Steefs klasgenoot Guus met zijn hondje Pup. Steef vergeet dat hij boos is. 
'Wraf wroef hehehe waf!' roept hij naar Guus.
Guus zwaait. 'Hoi Steef!' roept hij. 'Vind je Pup lief?' 
Steef knikt heftig van ja. 'Wraf wroef hehehe waf!' schreeuwt Steef.
Guus zwaait nog eens en loopt dan verder met Pup.
'Ken jij nog een liedje over een hond, Steef?' vraagt mama.

'Ja!' roept Steef. Hij knikt heftig. 
'Hoe gaat dat liedje ook alweer?'

Steef zingt het refrein. Heel hard. Mama zingt mee.
Het schalt over de straat.

Daar komt een hond, hij kwispelt met zijn staart
Hij is vrolijk en heel blij
Daar komt een hond, hij rent met een vaart
Hij wil spelen met jou en mij

Meestal vindt Len het wel leuk om mee te zingen. Van zingen word je vrolijk. Maar nu even niet.

Hij kan maar niet vergeten wat Sofie tegen hem zei in de pauze. Het ging over Steef. En het klonk niet aardig. Wat had ze ermee bedoeld?
In gedachten verzonken sjokt hij achter mama en Steef aan. 

Len kijkt naar zijn broer. Steef kan zijn eigen jas niet dichtritsen. Hij kan ook niet onthouden welke dag het is. En nu schreeuwt hij zijn favoriete liedje veel te hard over straat. Len zou zelf niet op het idee komen om dat te doen. 

Na een tijd draait mama zich om. Ze steekt haar hand naar Len uit. Maar hij wil even alleen wandelen. Hij heeft genoeg aan zijn eigen gedachten.
'Wat is er, Len?' Mama kijkt hem bezorgd aan.
Hij denkt dat ze wel snapt dat hij even alleen wil zijn, want ze vraagt daarna niets meer. Zouden Sofies woorden vanzelf uit zijn gedachten gaan?

 

Wil jij het boek aan jouw kind voorlezen?

Ga direct naar de webwinkel. Ik stuur het boek persoonlijk naar je toe, en ik signeer het met veel plezier voor je!


Oh, en je kunt er met iDeal betalen. Lekker makkelijk.