't is een kwestie van geduld

Vanochtend zaten we in de auto en was Rowwen Hèze op de radio.

 

'T IS EEN KWESTIE VAN GEDULD. RUSTIG WACHTEN OP DE DAG. DAT HEEL HOLLAND LIMBURGS LULT. 

Je kent 'm. Uiteraard zing ik het lied uit volle borst mee.

 

 


'Zingen ze Limburgs?' vraagt Arje met een zachte -g. 
'Jaaaa!' zeg ik. 'Wat knap dat je dat hoort!'
'Dank je,' antwoordt hij.
'Uit welk gebied komen ze?' vraagt hij.
Wat een slimme vraag, denk ik. Inwendig grinnik ik om het woord 'gebied', dat hij ook moeiteloos met een zachte -g uitspreekt. Zijn vragen over taal in mijn vertrouwde zachte -g, maken dat mijn gedachten afdwalen. 

Als je me langer kent, dan weet je dat mijn roots in Limburg liggen. Inmiddels woon ik al 14 jaar in Apeldoorn. Mijn zachte -g is hier een uitzondering. En.... het hoort bij mij.
Als Arje met mij praat switcht hij vaak zonder te aarzelen over naar de zachte -g. 
'Gezellig, hè mam,' zegt hij dan. Terwijl hij 'gezellig' uitspreekt met de zachtheid van iemand die in Limburg is opgegroeid.

Zijn interesse voor de verschillende talen is groot. Op de Franse camping maakt hij contact door tegen iedereen 'Bonjour!' te zeggen. De hele camping wordt er nóg vrolijker van. 
Na een week groet iedereen hém als hij aan komt lopen. Van het oudere echtpaar tot de stoere 17-jarige jongens. 'Bonjour, monsieur!' zeggen ze dan, terwijl ze Arje's enthousiasme haast als vanzelf overnemen. Als de mensen in kwestie in het Nederlands verder praten, vraagt hij elke keer met oprechte verbazing: 'Praat jij Nederlands?'

En wanneer de mensen met mij verder babbelen in het Engels, volgt hij het gesprek. 'Komen ze uit Amerika?' vraagt hij dan later.

 

Tja, als er één land is dat op dit moment tot zijn verbeelding spreekt... is het Amerika. Je moet met het vliegtuig om er te komen, mijn vriendin komt er vandaan en veel mensen die hij kent, zijn er geweest. Opa en oma, een oom en tante. Ja, zelfs papa en mama zetten er voet aan land. En in Amerika praten de mensen Engels en dat leert hij op school.

Amerika is een high topic.

Eenmaal thuis gaat zijn interesse voor taal onverminderd voort. In de supermarkt vraagt hij aan iedereen die hij tegenkomt: 'Praat jij Nederlands?' 

Op een camping is die vraag nog enigszins te verklaren. Maar in de supermarkt lijkt het geen doel te hebben. Daarbij heeft hij écht niet in de gaten wanneer iemand zich ongemakkelijk of op de kast gejaagd voelt door die vraag.

Waar ik kan, geef ik dan ook enige context. Arje reageert zeer complimenteus wanneer iemand meegaat in zijn openheid en vertelt dat hij zelfs, jawel, let op, je gelooft het niet... meer-de-re talen kan spreken. Echt!
'Wow,' zegt hij vol bewondering. Om zijn woorden kracht bij te zetten, slaat hij zijn hand voor zijn mond. 'Wat knap!'

 

'Mam, uit welk gebied (zachte -g!) komen ze?' vraagt Arje, nu wat ongeduldiger. 
Ik schrik op uit mijn gedachten.
Oh ja, Rowwen Hèze.

'Eeeeeeh,' ik aarzel.
'Uit de buurt van Venlo,' zeg ik. 

Sorry heren, als ik nu America zeg, is het einde zoek ;)