'Mijn broertje is mongool'

'Papa, mama, zeg me toch, hoeveel nachtjes slapen nog?' 
Ken je dit liedje nog? Eén van de liedjes uit Kinderen voor Kinderen (editie 6). Mijn oude cd's worden inmiddels grijs gedraaid. 

 

Eindeloos luisteren Arje en Loek naar de liedjes.  'Zomaar wham in vuur en vlam' (editie 13) wordt vol enthousiasme mee gezongen. En bij 'Meidengroep' (uit editie 4), jawel, echt waar, hebben we ons eigen verzonnen dansje. Ik grinnik terwijl ik dit opschrijf.

Terwijl ze lekker luisteren, lekker lezen en af en toe in dansen uitbarsten, begint het volgende lied. 

 

Bij de eerste tonen race ik de woonkamer in en druk snel op 'next'. 

 



Als ik in een erg melancholische bui ben, kunnen de tranen me over de wangen rollen van dit lied. 

'Mijn broertje is niet helemaal niet echt zoals het hoort
Hij ziet de wereld niet als wij
Is ook veel vrolijker dan wij
En met de kleinste dingen blij 
Dat komt mijn kleine broertje is geestelijk gestoord.'  (Beluister het hele lied hier).

 

Hoewel ik weet dat het wellicht een tikkeltje neurotisch is, heb ik de CD wel eens verstopt. Of ik klik dus door naar het volgende liedje. Of ik leid ze af: 'Jongens, komen jullie even wat drinken?'

Een meisje zingt in het lied namelijk over haar broertje die het Syndroom van Down heeft: 'mijn broertje is mongool'. Ze zingt dat eigenlijk alleen zijn familie hem begrijpt. Andere mensen verstaan hem niet en schrikken van zijn stem. Hij gaat naar een 'hele mooie en aparte' school en op het eind van het liedje besluiten de ouders dat het beter voor hem is wanneer hij naar Huize Bos en Brem verhuisd.
'Hij is geestelijk gestoord. Hij is mongool. Hij is griezelig voor buitenstaanders.'
Het lied werd uitgebracht in 1982 en herhaald in 1989 en 1992.
Wat een tijdsbeeld... De exclusie spat er vanaf.

Arje heeft een ander syndroom. Maar dat maakt de hardheid van de woorden niet minder.
Ze snijden door mijn ziel.

Hoe anders is het leven voor Arje. Hij zit nu in groep 5 van de reguliere school bij ons om de hoek en werd in de zomervakantie 9 jaar! Na de vakantie mocht hij zijn kinderfeestje geven. Hij nodigde zijn klasgenootjes uit en we bespraken wat we zouden doen en wat we zouden eten (heel belangrijk!). 
'Papa, mama, hoeveel nachtjes slapen nog?' vroeg hij elke dag wel een paar keer.
Wat was dat liedje toepasselijk in de aanloop van zijn kinderfeestje.
Eindelijk was het dan zover. Na de cadeautjes en de chips, pak ik mijn gitaar en zing ik het refrein van het lied 'Haai-alarm' (editie 37). Ik hoef niet lang alleen te zingen, want al snel zingen de kinderen uitbundig met me mee:

'Stop stop stop met jagen, zo gaat alles naar de haaien'.

We verdelen de kinderen in groepjes en iedereen mag oefenen op alle instrumenten die we in huis hebben (en dat zijn er veel!). Vervolgens repeteren we het lied met z'n allen en maken we er een eigen videoclip van. De kinderen zijn euforisch: 'We zijn een band!'
Als afsluiter eten we samen. Aan een lange tafel wordt er gesmikkeld, gekletst en gelachen.

Op het eind neemt iedereen afscheid en ineens ontstaat er een grote groepsknuffel waar ik met een grote glimlach op mijn gezicht even snel een fotootje van kon maken.

Arje praat onduidelijk, zijn stem klinkt heser en hij heeft niet dezelfde woorden paraat als de andere kinderen. Maar er is geen enkel moment waarop ik denk dat de anderen Arje niet begrijpen. Of dat ze hem eng vinden. 
Ze zijn het zó gewend dat hij er is, ze zijn het zó gewend om met hem te spelen en met hem te praten.

Hij is één van hen.
 

Over mijn boek

Het was dit lied 'Mijn broertje is mongool' dat toch wel geregeld door mijn hoofd schoot bij het schrijven van mijn boek. Toen ik op zoek ging naar een voorleesboek voor mijn jongste zoon Loek, waarin iemand de hoofdrol speelt die ook een broer of zus heeft met een beperking heeft, kon ik het niet vinden. Ik vond prentenboeken en informatieve boeken. Maar geen mooi verhaal met een avontuur waarin Loek alles wat hij meemaakt kon herkennen in het leven van een ander.
Daarom besloot ik het zelf te schrijven. En ik wist direct dat het een boek moest worden waarin iedereen vanzelfsprekend mee doet. Soms lukt dat namelijk heel gemakkelijk. Soms lukt het voor geen meter. Dat is OK. Alle ervaringen maken deel uit van het proces om er te komen.

We hebben vooral verhalen, voorbeelden en rolmodellen nodig om voor elkaar te krijgen dat het heel gewoon is dat we samen opgroeien. Ik hoop, ik denk, ik verwacht... dat mijn boek één van die verhalen wordt die daaraan bijdragen.

 

Ook het schrijven van dit boek is een proces. Inmiddels is het af en gaat mijn boek de correctie in. Nina maakt de tekeningen erbij en ondertussen ben ik bezig met heel veel uitzoek-werk. Ik hou je graag op de hoogte van mijn proces! Schrijf je in voor mijn 3-wekelijkse nieuwsbrief! Je bent dan de eerste die weet wanneer het boek klaar is. En... misschien krijg je wel een gratis exemplaar. Sla je slag!

 

Maak kans op een gratis exemplaar van mijn boek!

Voordat mijn voorleesboek over inclusie écht te koop is... verdeel ik 10 exemplaren onder mijn nieuwsbrieflezers. Ook kans maken? Schrijf je in!