· 

'ENDLICH!' roept het Duitse jongetje als Steef weggaat

Op vakantie speelt Steef met de kinderen op de camping.

Dat gaat vaak goed. Maar soms ook niet.

Dan DOET hij wel mee, maar TELT niet mee.

Laat ik het hem zelf ervaren? Of grijp ik in?

 

 


Op de camping

'Mag ik spelen met Finn?' Steef heeft zijn ontbijt achter de kiezen en ik veeg zijn mond af. Met moeite schuift hij de campingstoel naar achteren.
'Ja, je mag in het speeltuintje spelen. Nergens anders naar toe, hoor,' waarschuw ik nog even. Snel rent hij naar de speeltuin.

 

Thuis mag Steef niet alleen op straat spelen en moet hij in de tuin blijven. Maar op de camping is de speeltuin vanuit de caravan te zien. Zo houden we gemakkelijk een oogje in het zeil. Hij geniet van de kindjes die hij niet kent, hoort met grote verwondering de verschillende talen aan en maakt met iedereen een praatje. 

 

Liever kwijt dan rijk

Als ik vanuit de voortent naar het speeltuintje kijk, zie ik dat hij aan het voetballen is met camping-buurjongen Finn en een ander jongetje dat Duits spreekt. Steef vindt het machtig mooi. 'Schwaisj du swisch ka,' hoor ik hem in zijn beste Duits roepen. Het levert hem vreemde blikken op.
De bal wordt net te hard naar hem geschopt. Hij schrikt even, roept 'AAAAH' en rent er dan lachend en met zijn typische loopje achteraan. Ik zie de jongens giechelen en naar hem wijzen. 
Als ik vanuit de tent blijf kijken, zie ik dat het spel wat venijniger wordt. De bal wordt steeds hoger en harder naar Steef geschopt. Bij elk schot vliegt hij van schrik even op, maar hij blijft lachen en haalt vrolijk de bal. Zielsgelukkig dat hij mee mag doen. Hij heeft totaal niet in de gaten dat de jongens hem liever kwijt dan rijk zijn. 

 

Endlich!

angezien we plannen hebben voor de dag en bijna vertrekken, rond ik het spel voor Steef af en neem hem weer mee naar de caravan. 
'ENDLICH!' roept het andere jongetje, zichtbaar blij om van Steef verlost te zijn. 

 

 

'Vond je het voetballen leuk?' vraag ik Steef.
'Ja!' zegt hij lachend. Maar ik weet dat hij niet altijd reageert zoals hij het eigenlijk voelt, dus ik vraag het hem nog eens.
'Ja', zegt hij eerst. Maar als hij mijn gezicht ziet, zegt hij gauw: 'Nee.'

Ik probeer hem uit te leggen dat hij dan beter niet kan lachen als kindjes hem plagen. 
'Dan denken de kinderen dat je het leuk vindt, terwijl dat niet zo is. Wat kun je wél doen?'
Maar dát is een moeilijke vraag...

 

Loslaten of beschermen?

Achteraf denk ik: ik hard eerder in moeten grijpen. Finn bij de hand moeten nemen, het moeten uitleggen, samen met Steef moeten voetballen. 
Tegelijkertijd weet ik dat Steef ook zélf moet ervaren hoe het is als kinderen hem plagen. Hoe moet hij ooit weten wat 'plagen' is, als hij daarvoor continu beschermd wordt?
En... ook kinderen mogen zelf de kans krijgen zélf te ontdekken hoe het werkt wanneer iemand langzamer en anders is dan zijzelf.

 

Prachtmoment

Gelukkig loopt het niet elke vakantiedag zo. Het meest prachtige moment ontstaat op een zonnige middag. Normaal zou Steef met een grote boog om de hoge trap van de glijbaan heen lopen, zo spannend vindt hij de trap én het glijden. Maar hij adoreert het 5-jarige vakantie-buurjongetje Stan en die staat er bovenop. Vanaf een afstandje bekijk ik enigszins gespannen hoe Steef met moeite de trap van de glijbaan weet te beklimmen. Eenmaal boven, durft hij er niet meer af. Stan probeert hem op verschillende manieren te helpen. Hij mobiliseert de andere kinderen in de speeltuin en samen ontfermen ze zich over Steef.
Zijn angst voor de glijbaan verdwijnt helaas niet, en ten slotte komt Stan mij halen. 'Mevrouw, één van je kindjes zit op de glijbaan en hij durft er niet meer af.'

 

Gewéldig vind ik zijn initiatief en de vanzelfsprekendheid van waaruit hij met Steef wil spelen en hem probeert te helpen.

 

Niet weten

Het spanningsveld tussen 'grijp ik in of niet' en 'leg ik uit of niet' vind ik buitengewoon interessant.
Heel vaak lost het zich namelijk vanzelf op.
Maar het komt ook geregeld voor dat kinderen uit angst liever niet met Steef spelen.
Ik las ergens een quote van de Dalai Lama: 'Waar onwetendheid heerst, zal er nooit vrede zijn.'

Angst neem je alleen weg wanneer hij en de kinderen om hem heen heel veel kansen krijgen om elkaar te leren kennen. 
Wanneer hij heel vaak meedoet en heel vaak meespeelt. 
Pas dan wordt het voor iedereen de gewoonste zaak van de wereld dat hij er is. 

En als je buurjongetje- of meisje op de camping een beperking heeft... zul je feilloos aanvoelen hoe je op een gezellig manier samen kunt voetballen. 

 

Lijkt me prachtig.

 


Maud Wilms is liedjesmaker en inspirator.
Ze is moeder van Steef (2009) en Len (2011).
Je lees hier meer over haar.

 

Maud schreef het voorleesboek 'Len en zijn broer.' Het is een verhaal waarin iedereen meedoet. Onmisbaar voor kinderen die opgroeien met een broertje, zusje, buurt- of klasgenoot die een beperking heeft.
Je bestelt het hier!



Lees hier meer blogs:


Wil jij Mauds hartverwarmende Meedoen-verhalen in je mailbox ontvangen?